Interview: Straatmeubels als protest tegen te duur design

Op 6 juni in de nrc.next, mijn interview met Jurjen Semeijn over zijn guerrilla stoelen die hij op straat maakt van verkiezingsborden en schuttings.

Ontwerper Semeijn maakt stoelen uit verkiezingsborden en kippengaas. Street art met een boodschap. Hij laat ze achter voor de vinder op straat.

Klik voor groot (1 mb)

Het ging allemaal goed bij de verloskundige, zegt ontwerper en straatkunstenaar Jurjen Semeijn. De baby is ingedaald, zijn vriendin is morgen uitgerekend. Zijn lichtblauwe overhemd en donkerblauwe schoenen combineren elegant. Niet het stereotype street artist. Semeijn: „Dat hoor ik wel vaker, ik ben gewoon keurig opgevoed. Voordat ik een stoel uit een schutting zaag, kijk ik eerst of ik daar niet al teveel problemen mee veroorzaak.”

Sinds 2010 maak Semeijn stoelen op straat van schuttingen, verkiezingsborden, hekken van gaas, plantenbakken en wat hij ook maar tegenkomt. Dat doet hij freestyle, dus zonder vooropgezet plan of bouwtekeningen. Hij maakt een foto en laat ze achter voor de vinder op straat. ‘Guerrilla Upcycling’, zo noemt hij deze werkwijze en het is deel van zijn serie Straatmeubilair, een kunstproject naast zijn gewone werk als ontwerper.

Eerder plaatste Semeijn al designstoelen in een skatehal. Volgnes de ontwerper is zijn ‘guerrilla art’ een variant op de street art, van artiesten als graffitikunstenaar Banksy. Gaat het er bij street art vooral om snel en verrassend te opereren, guerrilla art heeft volgens Semeijn vaak ook een maatschappelijk doel. Hij probeert een punt te maken.
Gewapend met rolmaat, schroeven, schroevendraaiers en een accucirkelzaag fiets hij door Amsterdam. „Het is mijn commentaar op de designwereld, die oplages bewust laag houdt om design te verkopen als kunst. Overal wordt design van gemaakt en hier vragen ze hoge prijzen voor.” Voorbeelden noemt hij liever niet. „Maar loop maar eens een chique designwinkel binnen. Vast heel mooi, maar is het kunst?”

Volgens Semeijn schieten deze ontwerpers hun doel voorbij. „Hun functie is naar mijn mening om iets nieuws te maken en dan op zoek te gaan naar het meest efficiënte productieproces zodat het betaalbaar wordt. Om daarna over te gaan tot massaproductie.” Ontwerpers zouden moeten streven naar een zo mooi en betaalbaar mogelijk product en niet kunstmatig de prijzen hoog moeten houden.
Met Guerrilla Upcycling laat Semeijn zien hoe het ook kan. „Door de stoel ter plekke te ontwerpen en te maken, lijkt het alsof het van geen waarde kan zijn. Maar juist door de boodschap, de druk van tijd en het risico dat ik ermee loop, wordt het waardevol.”

De verkiezingsborden koos hij “omdat die er nu eenmaal stonden”. Met politiek heeft zijn project weinig te maken. „Het is street art, als mensen het gewoon een cool project vinden, is dat natuurlijk al winst.”
De stoelen zijn niet te koop en Semeijn verdient ook niet aan deze kunst. Als ontwerper van huisstijlen en 3D-objecten zet hij voor dit soort projecten geld opzij. „Op mijn site staat wel een prijs van een paar duizend euro per stoel, maar dat is puur voor de grap als indicatie voor de verzamelaarswaarde. Ik hèb de stoelen zelfs niet meer.” Nadat de foto’s zijn gemaakt, laat hij de stoelen staan. „Mensen zien waar de stoel vandaan komt en zo blijft de context bestaan. Net zolang tot de gemeenschap het wil en iemand hem mee naar huis neemt of opruimt. Als ik wegloop bij de stoelen, worden ze publiek bezit. Ik houd van de vergankelijkheid van dingen.” De meeste stoelen zijn binnen een paar dagen weg. „Maar ze bestaan nog wel, denk ik. Misschien wel in een woonkamer of op Marktplaats.”

Wanneer is zijn project geslaagd? „Kijk, ik wil helemaal niet zeggen wat er wel of niet mag. Als die ontwerpers dingen weg kunnen zetten als kunst en er blijkbaar markt voor is, wie ben ik dan om daar iets van te zeggen? Maar het gaat tegen mijn gevoel in. Als het me lukt om mensen daarop te wijzen en misschien op andere gedachtes te brengen, ben ik al tevreden.”

Hij ziet design tegenwoordig veel minder als kunst dan toen hij begon. En hij heeft ook minder tijd voor zijn project. „Hoera voor de crisis! Maar ik vind het te leuk om te stoppen, al is mijn project eigenlijk afgerond. In totaal heb ik er meer dan 20 gemaakt.” Door de drukte van zijn werk en de komende baby laten nieuwe stoelen even op zich wachten. „Maar overal zie ik stoelen in wording. Ik denk dat ik kijk zoals een dief: je ziet overal mogelijkheden.”

Toch heeft hij nooit echte problemen tijdens het bouwen gehad. “Een keer kwam de politie langzaam langs gereden, maar toen ben ik zonder op te kijken strak doorgegaan. Ze reden verder. Daarom zorg ik dat ik er keurig uitzie als ik op pad ga.” Wel heeft hij discussies met zichzelf. “Je werkt toch met andermans eigendommen. Ik probeer in te schatten of mijn stoel een grote meerwaarde is dan het object zelf. Of het hek niet bijvoorbeeld de spoorwegen afschermt. Maar het is een egoïstische afweging, uiteindelijk blijft het vandalisme.”

Bekijk de stoelen van Semeijn op ihavepop.com