Bram helpt: poppenspel bij The Master and Margarita

Voor Holland Festival Blog hielp ik in juni een aantal producties met de voorbereidingen. Als laatste de poppenspeelster Josie Daxter.

Door: op dinsdag 26 juni 2012

De invasie van Amsterdam door het theatergezelschap Complicite was een zegetocht. Van donderdag tot en met zaterdag stond hun uitvoering van The Master and Magarita in een uitverkochte Stadsschouwburg. In de voorstelling, naar het bekende boek van Michail Boelgakov, komen twee poppen voor: een mensgrote kat en een jongensgrote jongen. De hoofden van de poppen worden bespeeld door actrice Josie Daxter. Vrijdag voor de voorstelling hielp Bram haar bij de voorbereidingen.

Drie dingen die ik niet wist voor dit interview:
1. Het podium loopt behoorlijk schuin af, zodat het publiek de projectie op de grond kan zien.
2. De pop in de vorm van een kat heeft een trigger in zijn achterhoofd waarmee haar bek opengaat.
3. Poppenspeelster Josie Daxter is een ontzettend mooie vrouw.

Op de tribune zie je het er misschien niet vanaf, maar Josie Daxter is een fascinerend mooie vrouw. Ik moet mezelf erbij houden om haar antwoorden op te schrijven en af en toe een vraag te stellen. We zitten in een halletje rondom de Rabozaal van de Stadsschouwburg. Haar arm leunt op de zitting van de stoel, haar hoofd weer op haar hand. Ze heeft het erg naar haar zin, hier in Amsterdam. “De voorstelling vraagt veel van de acteurs, maar saai wordt het niet. Elke avond is weer anders.” Het ultra strak geregisseerde stuk, waarin enorme projecties met live video op de vloer en op de achterkant voor een overweldigende stortvloed van indrukken zorgen, lijkt niet veel ruimte voor improvisatie over te laten. “Ik denk dat ik van elke seconde weet wat ik precies moet doen. Maar het blijft op elkaar inspelen voor de perfecte timing.”
Hoe kan ik haar vandaag helpen? “Je kan wel even met me spelen,” zegt ze. En of ik dat kan. “Dan kan ik vast oefenen voor vanavond.” Josie pakt de poppen onder het podium vandaan en legt ze op elkaar. Een thrillerschrijver zou er een dode jongen en overreden kat in zien. Maar in Josie haar armen gaan ze leven.

Beide poppen worden met drie mensen aangestuurd. Eén voor de benen, één voor de rechterarm en een voor het hoofd en de linkerarm. De stem van de pop komt uit de coulissen. Ze geeft de pop aan mij en mijn hand verdwijnt in het hoofd van de kat. “Voel eens met je wijsvinger omhoog,” zegt Josie. “Daar zit de trigger.” Ik voel ‘m. Ik trek eraan en de bek van de kat gaat open. Bij mijn duim zit een schakelaar die de ogen van de kat rood laat gloeien. Josie noemt het toneelspelen met poppen “bevrijdend”. “De poppen kunnen veel beleven zonder dat het gek wordt. En voor mij is het hetzelfde gevoel als je als spelend kind had: het gevoel van iets levenloos laten leven.”

Ik zet de pop op schoot en laat hem mij aankijken. “Ho, wacht, het is geen buikspreekpop! Je moet altijd afstand houden, zodat het eruit ziet dat hij zich zo om kan draaien en van je weg kan lopen.” Ze neemt de pop van me over en leert me haar drie gouden regels van met poppen spelen: focussen, ademen en vaste punten aanhouden. “Vaste punten, zoals de nek en de benen, zijn belangrijk aan te houden. Wij kunnen ook niet met onze benen heen en weer slepen.” Ze doet het voor, ze heeft gelijk. “En een pop laten ademen doe je door emoties in gebaren uit te drukken.” “En hoe zit dat met dat focussen?” vraag ik als eind van deze spoedcursus? “Een mens is interessanter dan een pop omdat die leeft. Daarom moet ik niet naar de zaal kijken, maar naar de pop. Zo verdwijn ik.” Ze doet het voor. Ik snap wat ze bedoelt, maar het lukt haar niet goed. Want hoe goed Josie ook haar best doet, voor mij verdwijnt ze niet.

Fotografie door Sarah Ainslie

Lees meer artikelen over het Holland Festival.